Maandlasten: € 300.000, € 400.000 en € 500.000
Vergelijk drie hypotheekbedragen bij dezelfde rente en looptijd. Zie wat je betaalt én welke schuld overblijft, met narekenbare voorbeelden.

Bij € 400.000 hypotheek, 4% rente en 30 jaar annuïtair aflossen betaal je ongeveer € 1.910 bruto per maand. AflossingsvrijEen hypotheekvorm waarbij je tijdens de looptijd niet aflost. Je betaalt alleen rente; de lening blijft even hoog. is de rentebetaling bij dezelfde schuld ongeveer € 1.333. In de eerste maand bestaat ongeveer € 576 van de annuïteitEen hypotheekvorm met elke maand dezelfde totale last. In het begin betaal je vooral rente, later vooral aflossing. uit aflossing. Bij de aflossingsvrije lening blijft die schuld staan.
Hieronder staan rekenvoorbeelden, geen actuele renteaanbiedingen. In werkelijkheid kan de rente na je rentevaste periode veranderen.
Drie leenbedragen, dezelfde aannames
Alle maandbedragen zijn afgeleid en afgerond op hele euro’s. Lineair laat de eerste maand zien, annuïtair de constante bruto betaling onder onze aannames. Aflossingsvrij laat uitsluitend de rente zien, dus zonder sparen voor de eindaflossing.
| Geleend bedrag | Annuïtair | Lineair, maand 1 | Aflossingsvrij |
|---|---|---|---|
| € 300.000 | € 1.432 | € 1.833 | € 1.000 |
| € 400.000 | € 1.910 | € 2.444 | € 1.333 |
| € 500.000 | € 2.387 | € 3.056 | € 1.667 |
Deze tabel zegt niet hoeveel je kunt lenen of welke vormen een bank je aanbiedt.
De Belastingdienst legt het verschil tussen annuïtair en lineair aflossen uit: bij annuïtair verandert de verhouding tussen rente en aflossing, bij lineair is de aflossing gelijk en daalt de rente bij een gelijkblijvend rentepercentage.
Kijk onder de maandlast
Dit schuldoverzicht hoort bij dezelfde € 400.000, 4% en 30 jaar. Bedragen na betaling van maand 120, 240 en 360 zijn afgerond op hele euro’s. Bij aflossingsvrij staat de schuld op de einddatum vóór de eenmalige eindaflossing.
| Moment | Annuïtair | Lineair | Aflossingsvrij |
|---|---|---|---|
| Bij de start | € 400.000 | € 400.000 | € 400.000 |
| Na 10 jaar | € 315.136 | € 266.667 | € 400.000 |
| Na 20 jaar | € 188.618 | € 133.333 | € 400.000 |
| Op de einddatum | € 0 | € 0 | € 400.000 |
Een lage rentebetaling en een kleine schuld zijn dus verschillende dingen. Bij aflossingsvrij moet de resterende lening aan het einde worden terugbetaald. De AFM licht dat eindmoment toe. Een nieuwe lening is geen gegeven.
Wat als de rente hoger is?
Bij € 400.000 annuïtair en 30 jaar geeft 3,5% ongeveer € 1.796 bruto per maand; 4,5% geeft ongeveer € 2.027. Ook dit zijn gekozen rekenrentes. Het verschil is ongeveer € 231 per maand. Vergelijk bij echte aanbiedingen ook de voorwaarden en de duur waarvoor de rente vaststaat.
Bruto is wat deze uitkomst aan rente en aflossing oplevert. Je persoonlijke belastingpositie kan de netto last veranderen. Deze tabel berekent geen renteaftrek en zegt daar ook geen recht op toe. De uitleg over hypotheekmaandlasten helpt je de begrippen uit elkaar te houden.
Reken het voorbeeld zelf na
Neem de lening als P, de maandrente als r en het aantal maanden als n. Voor annuïtair geldt: P × r ÷ (1 − (1 + r)⁻ⁿ). Hier is r = 0,04 ÷ 12 en n = 360.
Lineair is de aflossing per maand P ÷ n. De eerste maand telt daar P × r aan rente bij op. Bij aflossingsvrij is de maandrente P × r. Banken kunnen door betaaldagen en afronding iets anders uitkomen.
Veelgestelde vragen
Ik heb meerdere leningdelen. Welke regel gebruik ik?
Bereken ieder deel met zijn eigen schuld, rente, resterende looptijd en aflosvorm. Tel de maandbetalingen op.
Kan ik deze tabel gebruiken als ik al tien jaar aflos?
Gebruik je huidige schuld en resterende looptijd. Opnieuw dertig jaar rekenen kan je maandlast lager laten lijken.
Welke bedragen neem ik mee naar een gesprek over mijn hypotheek?
Neem je leningoverzicht mee, plus je overige woonlasten en gewenste ruimte voor andere uitgaven.
Je volgende stap
Huzzo onthoudt waar je bleef: maak nu een account.
Laatst inhoudelijk gecontroleerd op 12 september 2026.